We lopen met een kleine groep door het bos. Niet ver, niet snel. De paden zijn zacht en het licht hangt laag tussen de stammen. Niemand heeft een agenda. Alleen een vraag die ergens onder de oppervlakte meeloopt, bij ieder anders.
We stoppen bij een oude beuk. Zijn stam is dik, getekend door tijd en weer. Aan zijn voet groeit een jonge scheut, bijna onzichtbaar in de schaduw van zoveel kracht. Iemand in de groep wijst ernaar. “Die kleine daar… die heeft lef,” zegt ze zacht. Er wordt gelachen, maar ook geknikt. Zonder dat iemand het hardop zegt, herkent ze iets van zichzelf.
Een paar meter verderop ligt een omgevallen boom. De schors is losgekomen, het hout zacht en vol leven. Paddenstoelen hebben hun intrek genomen, kevers bewegen tussen het kruim. Iemand anders blijft staan. “Het is niet dood,” zegt hij verbaasd. “Het is alleen iets anders geworden.” De woorden blijven even hangen, als een deur die op een kier staat.
We lopen verder. Een varentapijt ontvouwt zich in het halfdonker. Elke krul een belofte. Een vogel fluit, dan stilte. De groep vertraagt vanzelf. De ruimte tussen de mensen wordt zachter. Niemand hoeft iets te zeggen, maar er wordt veel gevoeld.
Aan het eind zitten we samen op een open plek. Er is geen kringgesprek, geen opdracht. Toch beginnen mensen te delen. Over twijfel. Over verlangen. Over wat al te lang geen licht meer heeft gezien. Niet omdat het moet, maar omdat het kan.
Het bos heeft niets opgelost.
Maar het heeft iets zichtbaar gemaakt.
En soms is dat precies wat nodig is
🌳Deze tekst is de vierde in een reeks over Shinrin Yoku, persoonlijke- en organisatie ontwikkeling.
Reactie plaatsen
Reacties