Er is een moment waarop de winter nog aanwezig is,
maar het licht al verandert.
De dagen rekken zich voorzichtig uit.
Niet zichtbaar van het ene op het andere moment,
maar voelbaar als je oplet.
De lucht wordt anders.
Frisser.
Vochtig soms.
De wind strijkt langs je gezicht.
Zacht, maar aanwezig.
In het bos klinkt weer iets.
Voorzichtig eerst,
dan voller.
Een vogel, nog één,
en dan een heel orkest.
Onderweg beweegt iets tussen de takken.
Een eekhoorn, alert.
Verderop staan herten stil en kijken op.
Alsof ze je even herinneren aan waar je bent.
En toch.
In de natuur gebeurt nog weinig.
Bomen staan stil.
De grond is koud.
Maar onder de oppervlakte is beweging.
Niet luid, niet zichtbaar,
maar aanwezig.
Ik merk het ook in mezelf.
Na een periode van stilstand,
van terugtrekken en herstellen,
komt er langzaam weer ruimte.
Nog geen kracht,
nog geen richting,
maar wel een begin.
Alsof iets zich voorzichtig aandient,
zonder zich op te dringen.
Dit is geen voorjaar.
Nog niet.
Het is het moment vóór het groeien.
Het eerste licht dat terugkeert,
zonder dat de winter al verdwenen is.
Misschien vraagt deze tijd niet om actie,
maar om aandacht.
Om te zien wat er al is,
ook al is het klein.
Om te voelen wat wil ontstaan,
zonder het meteen vorm te geven.
Zoals de natuur het doet.
Reactie plaatsen
Reacties